Veiliger

 

Cultuur staat veilig werken met stoffen in de weg

Zelfs als er een duidelijk verband is tussen een ziekte en blootstelling aan een stof tijdens werkzaamheden, leidt dit vaak niet tot een gedragsverandering bij werknemers. Dit komt doordat we niet rationeel denken. Cultuur en gedrag veranderen pas door voortdurend aandacht aan het onderwerp te besteden in bijvoorbeeld werkoverleggen en door mensen bij de veiligheid te betrekken.

Monique Harmsen

geanimeerde-knop

Ruim één miljoen Nederlanders heeft op het werk te maken met stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Zij zijn zich hier meestal niet van bewust, omdat het om stoffen gaat die je niet kunt zien of ruiken of waarvan je niet verwacht dat die schadelijk zijn. Bovendien worden de gevolgen van blootstelling, waaronder kanker, astma en COPD, pas jaren later zichtbaar, vaak na pensionering. Onder werkenden leidt blootstelling aan deze stoffen tot 150.000 verzuimdagen per jaar.
Alle reden voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) om de komende vier jaar samen met TNO, werknemers- en werkgeversorganisaties, arboprofessionals en preventiemedewerkers in een campagne extra aandacht te geven aan de preventie van beroepsziekten door stoffen.

Geen prikkel
Uit het onderzoek Preventie beroepsziekten door stoffen van TNO blijkt dat de kennis over risico’s van werken met stoffen over het algemeen matig is. De lange tijd die zit tussen blootstelling aan bijvoorbeeld kankerverwekkende stoffen en ziek worden, maakt het bovendien lastig een causaal verband aan te tonen. Zelfs als het verband wel wordt aangetoond, gaat er door de lange tijd tussen blootstelling en ziekte geen prikkel uit naar de werkgever om de bron aan te pakken en leidt dit in de meeste gevallen ook niet tot een gedragsverandering bij werknemers.
Naast een gebrekkige kennis is een belangrijke hindernis bij elke vorm van preventie de organisatiecultuur, en dan met name de machocultuur binnen organisaties. ‘Als veilig werken geen onderdeel van de cultuur is, of onveilig en ongezond werken zelfs de norm, dan heeft dat invloed op de effectiviteit van de maatregelen’, concluderen de onderzoekers van TNO.

Gewoontedieren
Het opbouwen van een cultuur van veilig werken vergt veel inspanning en gaat volgens Birgitte Blatter, manager Arbeidsveiligheid en Monitoring & Onderzoek bij Veiligheid.nl, verder dan het ophangen van arbo-posters en het geven van informatie over de risico’s om het gewenste gedrag te bereiken. ‘Werkgevers gaan ervan uit dat we een weloverwogen afweging maken van de risico’s en daarop ons gedrag baseren. De realiteit is dat we niet rationeel denken: 95 procent van het menselijk gedrag is onbewust en slechts 5 procent bewust. We zijn gewoontedieren en vertonen vaak impulsief of automatisch gedrag en laten ons beïnvloeden door onze sociale omgeving. Veranderen kost energie, we blijven liever in de oude situatie.’

Om de weerstand tegen veranderingen te doorbreken, is continu aandacht voor veilig gedrag nodig. Er moet een cultuur ontstaan waarin lering wordt getrokken uit incidenten en waarin mensen elkaar durven aan te spreken op hun gedrag. Gekeken moet worden hoe leidinggevenden en collega’s als voorbeeld kunnen dienen.

Veiligheidsbewustzijn
Saskia Gorissen, arbeidshygiënist en lid van de projectgroep Preventie Beroepsziekten van de Nederlandse Vereniging van Arbeidshygiënisten, probeert de conclusies van Blatter dagelijks bij bedrijven in praktijk te brengen. Berichten uit de media, zoals het Chroom 6 verhaal, leiden er volgens Gorissen toe dat het veiligheidsbewustzijn langzaam toeneemt. Dit geldt vooral voor jongeren van eind twintig, begin dertig jaar. ‘Zij gaan nadenken of ze misschien ook werken met stoffen waar ze ziek van kunnen worden.’ Zij signaleert ook dat dit niet geldt voor lager opgeleide mensen. ‘Als je met hen spreekt over wat de gevolgen zijn over vijf tot tien jaar is de houding vaak: dat zien we dan wel weer. Ze zijn over het algemeen optimistisch over hun gezondheid en zijn ervan overtuigd dat het hen niet zal overkomen. Als er geen goede veiligheidscultuur in een bedrijf is, is dit denken lastig te doorbreken.’
De beste preventie is het verbannen van gevaarlijke stoffen. Dat is in de praktijk niet altijd mogelijk. De op een na beste oplossing is dan om de blootstelling te minimaliseren door goede afzuiging, een andere werkmethode of het gebruik van persoonlijke bescherming. Het is dan wel zaak dat de medewerkers de beschikbare hulpmiddelen goed gebruiken.

Goede dialoog
Op de vraag hoe je werknemers zover krijgt dat ze dat ook inderdaad gaan doen, antwoordt Gorissen: ‘Werknemers vinden het belangrijk dat de verantwoordelijkheid voor veilig werken niet alleen bij hen wordt gelegd maar dat de werkgever duidelijk laat zien er alles aan te doen om de werksituatie te verbeteren. Een goede dialoog tussen leidinggevende en medewerker is belangrijk. Als mensen bijvoorbeeld geen gebruikmaken van beschermingsmiddelen, is daar meestal een reden voor. Ik kom vaak tegen dat ze bij fysiek inspannend werk een gezichtsbedekkend masker moeten dragen dat beslaat waardoor ze niets meer zien. Soms hebben ze een heel groot masker op met nog een onderdeel achterop hun rug terwijl ze in heel nauwe plekken moeten werken. Daar moeten ze samen een oplossing voor proberen te vinden. Dat lukt niet altijd.’
Het is belangrijk dat er goede voorlichting komt. Gorissen pleit ervoor al in de beroepsopleiding aandacht te besteden aan de risico’s van blootstelling aan stoffen. ‘Dat gebeurt soms wel, maar het is geen standaardonderdeel van de opleiding. Daarnaast moet de werkgever voorlichten, maar vooral ook luisteren. Als mensen het idee hebben dat er wordt geluisterd, zullen ze vaker met verbetervoorstellen komen en wordt de omgeving veiliger. Als de werkgever er niets mee doet, gaan ze hun eigen ding doen.’

Cultuurverandering
Voordat een bedrijf toe is aan het doorvoeren van een cultuurverandering, is het volgens Gorissen zaak om eerst te inventariseren wat er al is aan informatiekanalen en voorlichtingstrajecten en welke beheersmaatregelen er zijn getroffen. ‘Je kunt wel eisen stellen aan werknemers maar als het een grote puinhoop is, dan wordt het niets. Er moet een basis aanwezig zijn om veilig te kunnen werken, pas dan kun je door met de cultuurverandering en met het gedrag.’
Cultuur en gedrag pak je volgens Gorissen aan door voortdurend aandacht aan het onderwerp te besteden in het werkoverleg en mensen bij de veiligheid te betrekken. ‘Dit kan door werknemers en leidinggevenden om beurten werkplekinspecties te laten lopen waardoor ze een gevoel krijgen van waar ze op moeten letten. Een andere manier is om werknemers een laatste minuut risicoanalyse te laten uitvoeren waarbij ze, voordat ze aan het karwei beginnen, eerst inventariseren met welke stoffen ze te maken hebben en of de werkplek veilig is. Bij onderhoud wordt dan gekeken of er nog gevaarlijke stoffen ergens in een pijpleiding zitten en of er voldoende beschermingsmaatregelen zijn. Is dit niet het geval dan mogen mensen werk weigeren en moet het eerst worden opgelost.’
Als al deze maatregelen zijn genomen en blijkt dat blootstelling niet kan worden voorkomen, kan worden gekeken alternatieven zoals taakroulatie, waardoor de blootstelling kan worden verkort. In de bouw wordt gekeken naar een andere methode van werken, bijvoorbeeld niet slijpen maar knippen. Stof wordt niet weggeveegd, maar opgezogen. ‘Er is heel veel mogelijk, maar sommige werkgevers weten dit niet’, stelt Gorissen.

Gorissen: ‘Er moet een basis aanwezig zijn om veilig te kunnen werken, pas dan kun je door met de cultuurverandering en met het gedrag.’

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Sign up

Your name

Your e-mail

Sign up