Interview

 

Sociale innovatie versnelt water mining

Het maatschappelijke belang van water mining is zo groot dat de Europese Unie innovaties snel op de markt wil brengen. Om het proces van innovatie tot implementatie te versnellen, ontving de TU Delft een zogenaamde grant agreement van 17 miljoen euro. Patricia Osseweijer leidt het onderzoek dat projecten als Zero Brine en producten als Kaumera niet alleen technisch verbetert, maar ook maatschappelijk inbed.

David van Baarle
geanimeerde-knop

De Technische Universiteit Delft houdt zich al langer bezig met de verwerking van industrieel en communaal afvalwater. Zo stond de onderzoeksgroep environmental biotechnology onder leiding van Mark van Loosdrecht aan de wieg van de Nereda korrelslib reactor. Vanuit de civiele engineering hoek van de universiteit deed men al onderzoek naar het ontzilten van zee- en geconcentreerd afvalwater.
Het mooie van de ontwikkelde technologieën is dat er waardevolle spin-offs uit voortvloeiden. De Nereda-bacteriën bleken namelijk een grondstof te produceren die met alginaat vergelijkbare eigenschappen had. De Kaumera Nereda gom, zoals de stof nu wordt genoemd, kan onder andere als additief in beton worden gebruikt of als waterafstotende laag op karton.
De zouten die overblijven na ontzilting vormen nu nog een afvalprobleem, maar zijn na scheiding ineens een waardevolle grondstof. Bovendien blijft er na het verwerken van brijn ook zuiver water over, wat ook een steeds waardevoller product vormt.
Nu sluiten deze projecten goed aan bij de doelstellingen van de water framework directive van de Europese Unie. Die is namelijk in het leven geroepen om de Europese zoetwaterbronnen te beschermen en in conditie te houden. Het terugwinnen van grondstoffen uit afvalwater draagt daar aan bij. Net als het terugwinnen van grondstoffen uit restwaterstromen passen bij de circulaire ambities van de EU die zijn beschreven in de European Green Deal.

Europese samenwerking
Omdat de Europese Commissie graag praktische voorbeelden wil laten zien van circulaire waterinnovatie, riep ze op om met voorstellen te komen. De TU Delft schreef hier op in met Water Mining en werd als een van de vijf beste projecten geselecteerd. En zo ondertekende vertegenwoordigers van de universiteit eind vorig jaar een grant agreement voor het Water mining project. De onderzoekers hebben daarmee toegang tot een bedrag van zeventien miljoen euro om de demonstratieprojecten uit te voeren. Voorwaarde was wel dat meerdere Europese landen samenwerken en dat zowel publieke als private partijen zouden meedoen. En dus werkt men met een consortium van 38 partners aan demonstratiefaciliteiten in Cyprus, Spanje, Portugal, Italië en Nederland.
Patricia Osseweijer is projectcoördinator van Water Mining. Samen met Mark van Loosdrecht en Dimitris Xevgenos (Sealeau en Zero Brine) vormt ze het team dat de onderzoeken in banen moet leiden.

Sociale innovatie
Opvallend aan het project is dat er niet alleen aandacht is voor technologie, maar ook voor de maatschappelijke inbedding van de technische innovaties. Juist dat laatste lijkt Osseweijer op het lijf geschreven. De hoogleraar Biotechnology & Society deed hetzelfde al eerder voor de stichting BE-Basic, dat industriële biogebaseerde oplossingen ontwikkelt. Ook in dat nieuwe speelveld waar een snelle transitie wenselijk is, staat of valt het succes met de maatschappelijke acceptatie en inbedding.
‘Het probleem van veel innovatietrajecten is dat ze vooral technologiegedreven zijn’, zeg Osseweijer. ‘Pas als men aan de daadwerkelijke implementatie toe is, komt men erachter dat er beperkende regels zijn of ondervinden ze weerstand van omwonenden. Om dat voor te zijn, identificeren we al tijdens het innovatieproces wie de stakeholders zijn. Om ze vervolgens al vroeg bij de besluitvorming te betrekken. Als je circulaire producten ontwikkelt, wil je wel zeker weten dat er vraag naar is. Welke kwaliteit en kwantiteit verwacht een potentiële afnemer en hoe ga je om met risico’s als wordt afgeweken van de afspraken?’
Ook een punt waar innovators vooraf over moeten nadenken is het feit dat de riolen in handen zijn van gemeentes en dat waterschappen de afvalwaterzuiveringsinstallaties beheren. Ossewijer: ‘Als je die stromen gaat commercialiseren verandert het businessmodel van afvalwater. Hoever mogen publieke partijen hier in gaan? Mogen ze publiek geld gebruiken om potentieel commerciële projecten op te starten? Of kunnen ze beter samenwerken met private partijen?’
En hoe zit het met de wet- en regelgeving? Mag je producten die als afval worden bestempeld wel hergebruiken? ‘Je zou zelfs zover kunnen gaan dat producten anders moeten worden ontworpen zodat ze geen afval opleveren. Allemaal vragen waar je beter over kunt nadenken voordat je een product op de markt zet. Terwijl de bèta-wetenschappers dan ook de technische uitdagingen onderzoeken, bekijken de alfa- en gamma-wetenschappers hoe we erover communiceren en vooral hoe we de maatschappij er bij kunnen betrekken.’

Patricia Osseweijer (TU Delft): ‘Tijdens het innovatieproces identificeren we al wie de stakeholders zijn. ’

Snelle marktintroductie
Dit zogenaamde co-creëren is een van de eisen die de Europese Unie stelde aan de onderzoekers om de subsidie te krijgen. Osseweijer: ‘Vroeger zette men communicatie in om Europese burgers ingrijpende innovaties te laten accepteren. Nu hamert de Europese Commissie op het vooraf engageren van het publiek via social science. Men komt er steeds meer achter dat een technology push niet werkt en dat het betrekken van stakeholders meer oplevert. Deze aanpak versnelt uiteindelijk ook de innovatieroute. Tegen de tijd dat een product marktrijp is, zijn de financiële, juridische of maatschappelijke barrières al geslecht. Bovendien willen we van tevoren al een levenscyclus analyse doen zodat je het eerlijke verhaal kunt vertellen over de ecologische voetafdruk. De zouten die bij Zero Brine worden teruggewonnen, kunnen een grondstof zijn voor de chloorchemie of waterbehandeling. Consumenten zijn vaak wel bereid een green premium te betalen voor producten als ze dat een goed gevoel geeft. Maar dan moeten ze wel het verhaal achter de producten kennen.’

Living labs
Osseweijer wil dan ook zo snel mogelijk het publiek betrekken om te kunnen toetsen of de innovaties en hun producten ook op maatschappelijk draagvlak kunnen rekenen. ‘Voor ons is het vooral interessant om een methodologie te ontwerpen die het mogelijk maakt vroegtijdig te identificeren of een innovatie kans van slagen heeft’, zegt Osseweijer. ‘Dat doen we via enquêtes, interviews en workshops. Maar om mensen echt te betrekken bij innovatiepaden zullen we ze er meer bij moeten betrekken. Bijvoorbeeld via tentoonstellingen in musea of door living labs in te richten op publiek toegankelijke plaatsen.’
En waar het fysiek niet mogelijk is om innovaties te demonstreren, kan je altijd nog terugvallen op virtual reality. ‘Een afvalwaterzuivering is misschien niet voor iedereen toegankelijk, maar we kunnen wel virtueel laten zien hoe een Nereda-installatie werkt en hoe bacteriën Kaumera maken. De reacties van het publiek die je op deze manier verzamelt, kun je weer terugkoppelen aan een innovatie-expert. Zo zou je het proces al tijdens de demonstratiefase kunnen optimaliseren. Bovendien bedrijf je impliciete marketing.’

Meerwaarde
Dat marketing nodig is, merkte Osseweijer ook bij BE-Basic. ‘We verwachtten bij de discussie rondom biobased producten veel argwaan tegen te komen rondom genetisch gemodificeerd voedsel. Als je mensen echter al van tevoren informeert over de voordelen ervan, neem je al heel wat terughoudendheid weg. Bovendien kwamen we erachter dat de silent majority helemaal niet zo expliciet tegen genetische modificatie is. Maar die tachtig procent wordt overschreeuwd door de twintig procent tegenstanders.
Het is maar zeer de vraag of dezelfde weerstand ontstaat bij Water Mining. De sense of urgency voor waterrecycling en circulair watermanagement is behoorlijk hoog. Zeker in de zuidelijke landen waar dan ook veel van de Water Mining activiteiten plaatsvinden. Het is meer de kunst de belanghebbenden bij elkaar te brengen en de koek eerlijk te verdelen.’
Zowel industrie, energiebedrijven als landbouw concurreren op het gebied van zoetwater. Tegelijkertijd kan uit zout water ook stroom worden gemaakt en zet men steeds vaker landbouwproducten in om energie of grondstoffen te maken. ‘De partijen zijn aan alle kanten met elkaar verbonden. Dan kunnen ze beter samenwerken dan elkaar tegenwerken om de eigen grenzen te bewaken. Wij beogen die meerwaarde te demonstreren.’

‘Het is de kunst de belanghebbenden bij elkaar te brengen en de koek eerlijk te verdelen.’

Watervisie 2021

Patricia Osseweijer is een van de tafelgasten van de live talkshow tijdens het congres Watervisie 2021. Donderdag 11 februari discussiëren we over de huidige en toekomstige (on)mogelijkheden van water mining. Maar ook over de waarde van water als grondstof, energiedrager en koelmiddel. Schrijf u nu gratis in! U kunt online actief meediscussiëren. Bovendien biedt de NetwerkApp (beschikbaar op desktop, telefoon en tablet) voldoende mogelijkheden om na te praten over de congresthema’s of met elkaar in contact te komen tijdens een virtuele borrel.

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Sign up

Sign up