Een soepele blik op de toekomst

‘Actions speak louder than words’. Deze slogan stond centraal bij de verkiezing van Marinus Tabak als Plant Manager of the Year 2019. Hij vindt dat de industrie zich veel meer moet laten zien. Om niet alleen als probleem te worden neergezet, maar ook als initiator van oplossingen. Maar dan zal de industrie wel uit haar schulp moeten kruipen.

Wim Raaijen
geanimeerde-knop

De populariteit van de industrie lijkt de laatste tijd tanende. Vooral de grote multinationals krijgen er van langs. Ze gaan er met het geld vandoor… En in klimaatdebatten wordt de industrie regelmatig als de grote vervuiler afgeschilderd. De grote boosdoener, die nauwelijks wat doet om het tij te keren. Dat de realiteit iets genuanceerder in elkaar steekt, verstomt in het populisme. De retoriek lijkt weinig gebaat bij een realiteitscheck. Dat het allemaal niet zo zwart-wit ligt zal weinig Twitteraars deren. Nuance kost te veel woorden, te veel zinnen.
Toch schiet de industrie op dit vlak zelf ook te kort. Ze lijkt niet bij machte om het beeld bij te stellen. Of ze verschuilt zich misschien wel. Verschillende vertegenwoordigers van de industrie lijken stil te blijven zitten, nu ze worden geknipt en geschoren. Anderen, die toch een poging wagen, slagen er niet in om het vertrouwen te winnen. Misschien dat Feike Sijbesma van DSM nog enig vertrouwen wekte met zijn optreden bij Buitenhof enkele maanden geleden. Maar één geloofwaardige zwaluw maakt nog geen zomer.
Misschien is daarom een jongere generatie managers nu aan zet. Leiders die zijn opgegroeid met social media en veel meer dan hun voorgangers de samenleving binnen de industriële bedrijven brengen. Die technisch inzicht niet automatisch paren aan wat hoekige, soms verhullende communicatie. Niet louter uitgaan van het logische gelijk, maar ook van sensitiviteit. Misschien wat minder mannelijk, iets meer feminien. Minder van binnen naar buiten, maar ook gevoel hebben van wat er van buiten komt.

Flexibeler
De onlangs verkozen Plant Manager of the Year 2019, Marinus Tabak van RWE in de Eemshaven, lijkt in dat profiel te passen. Technisch goed onderlegd, maar toch invoelend in zijn communicatie. Charmant ook. Dat bleek ook wel bij zijn pitch tijdens Deltavisie, in de middag voor zijn uitverkiezing. Hij had prima tegenkandidaten, maar vanaf zijn eerste woorden wist bijna iedereen in de zaal dat daar de nieuwe Plant Manager of the Year stond. Welbespraakt, scherp en vooral ook innemend.
Zijn medewerkers waren er ook al honderd procent van overtuigd, dat Marinus ging winnen. Voor hen is hij een sociale leider, maar ook zeer doortastend als het moet. Volgens verschillende mensen in zijn directe omgeving kan hij met een glimlach de meest serieuze en doordachte uitspraken doen. Om zodoende ook mensen mee te krijgen in complexe veranderingsprocessen.
Die kwaliteit kan hij nu goed gebruiken. Momenteel staat de kolencentrale in de Eemshaven, waarover hij de scepter zwaait, voor een ombouw naar biomassa als brandstof. ‘Afval dat bijna nergens anders meer voor kan worden gebruikt’, voegt hij er direct aan toe. Vooral om niet meteen in een andere felle discussie over het verbranden van biomassa terecht te komen.
Daarmee is de kous nog niet af. Er zijn inmiddels plannen om straks de CO2 van de centrale af te vangen. Tabak: ‘We zijn straks niet CO2-neutraal, maar zelfs CO2-negatief. We willen een technologie toepassen waarmee we negentig procent van de kooldioxide kunnen afvangen. Twintig procent gaat dan naar BioMCN een eindje verderop op Chemiepark Delfzijl dat er methanol van kan maken door het aan waterstof te binden. We zoeken ook een oplossing voor de overige zeventig procent. Mogelijk gaan we die ondergronds opslaan. Er wordt vaak gesteld dat ondergrondse opslag de ontwikkeling van andere innovaties in de weg staat. Dat geloof ik niet. Wat de laatste tijd steeds duidelijker wordt, is dat de industrie veel flexibeler is dan we vaak denken. En dat we verschillende opties moeten aangrijpen om onze duurzaamheidsdoelen te halen.’

Marinus Tabak: ‘We zijn straks niet CO2-neutraal, maar zelfs CO2-negatief.’

Open vizier
De moderne centrale in de Eemshaven is dus een goed voorbeeld van de soepelheid die de industrie in zich heeft. De installatie draait nog maar een paar jaar op kolen en nu al wordt die omgebouwd, omdat de nieuwe politieke en maatschappelijke omstandigheden daarom vragen. Daarbij komt dus nog de CO2-afvang en er zijn bovendien plannen voor de productie van groen waterstof. Samen met haar dochterbedrijf Innogy begint RWE een haalbaarheidsstudie voor de bouw van een waterstoffabriek tot 100 MW op het terrein van de Eemshavencentrale. Een eindje verderop ligt windpark Westereems van Innogy, dat de groene stroom gaat leveren. Op deze manier zou met windenergie aanzienlijke volumes groene waterstof kunnen worden geproduceerd. Het is zelfs mogelijk dat op den duur op het terrein van de centrale afval wordt omgezet in grondstoffen voor de chemie.
Met open vizier kijkt Tabak naar nog meer innovatieve mogelijkheden. Vorig jaar hoorde hij bij het Eemsdeltavisie-congres bijvoorbeeld over de mogelijkheden van metal fuels, waarbij ijzerpoeder als brandstof kan worden ingezet. Na verbranding ontstaat ijzeroxide – roest – wat met groene stroom weer kan worden omgezet in ijzerpoeder. Een kolencentrale kan op die manier ook worden omgebouwd als opslagmedium van groene stroom. In plaats van tijdens het debat in de verdediging te schieten, omdat RWE net voor biomassa had gekozen, was Marinus Tabak uitermate geïnteresseerd en vroeg direct het kaartje van de onderzoeker. Tabak: ‘Ook dat kan nog een interessante oplossing zijn.’

Energie- en chemie-site
Misschien ligt daar ook een belangrijke kracht van Tabak. Hij houdt niet halsstarrig vast aan eerdere keuzes, maar houdt een soepele blik op de toekomst en sluit niets bij voorbaat uit. Daarbij wordt hij natuurlijk gesteund door de inmiddels getoonde flexibiliteit bij RWE. Over enkele jaren is het terrein van de kolencentrale omgebouwd tot een geïntegreerde, multi-inzetbare energie- en chemie-site. Die soepel kan inspelen op de wensen van de toekomst. En die is uit te breiden met processen die mogelijk nog niet eens zijn bedacht. Tabak hardop denkend: ‘Waarom zijn er bijvoorbeeld nog maar zo weinig installaties die met verschillende feedstocks kunnen werken.’

Tabak: ‘Waarom zijn er nog maar zo weinig installaties die met verschillende feedstocks kunnen werken?’

Mogelijk is dat wel wat de samenleving en industrie meer dan ooit nodig hebben: Mensen die niet uitgaan van vooringenomen standpunten, belangen of problemen. Maar juist oplossingen durven te zien en daar ook daadwerkelijk mee aan de slag gaan. En ook niet benauwd zijn om de ideeën en ervaringen te delen, om op die manier het vertrouwen te wekken en daardoor ruimte krijgen om vooruit te komen.

Op 16 oktober is Marinus Tabak een van de keynote sprekers tijdens Eemsdeltavisie in Delfzijl. Tijdens dit congres onderzoeken we welke stappen er nu al in de Eemsdelta zijn te zetten. Ook hebben we een wedstrijd uitgeschreven voor whitepapers waarin de doelstellingen voor de langere termijn via backcasting worden vertaald naar natural steps voor de kortere termijn. Andere sprekers op het congres zijn onder anderen: Manon Bloemer (VNCI), Johan Visser (Nouryon), Berend Aanraad (The Natural Step) en Cas König (Groningen Seaports).

Dit jaar wordt Eemsdeltavisie geïntegreerd georganiseerd met Behind the scenes van de VNCI.

Meer informatie en aanmelden

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Sign up

Sign up